Binnenlandse politiek in de Nederlandse literatuur.

Hoewel er in de Nederlandse politiek, anders dan in bijvoorbeeld de Engelse of Amerikaanse, geen grote traditie bestaat in het vastleggen van memoires (in maart 2016 was Femke Halsema met Pluche een aangename uitzondering),is deze toch redelijk goed geboekstaafd in allerlei publicaties. Sinds de jaren ’90 bestaat er gelukkig een redelijk bloeiende biografie-cultuur, denk hierbij aan de meerdelige biografieën over Willem Drees en Hendrik Colijn en ook –als we hen voor het gemak ook maar tot de politiek rekenen- ook die over Wilhelmina èn recentelijk de biografie van Jolanda Withuis over Juliana, die nogal wat stof deed opwaaien.
Hierin wordt een soms ontluisterend kijkje gegeven in de levens van deze historische figuren, niet in de minste plaats ook hoe het in hun jaren toeging in de Nederlandse politiek. Geen al te grote schandalen maar wel het nodige gekonkel, achterkamertjespolitiek en geheime afspraken.

Wat wel al sinds de jaren ’60 opgang deed is het ventileren van politieke denkbeelden middels een boek door prominente politici. Eén van de beroemdste pamfletten is ‘Tien over rood’ waarmee de jonge garde binnen de PvdA (onder meer Han Lammers, André van der Louw en Arie van der Zwan), beter bekend als Nieuws Links, haar nieuwe politiek vastlegde. Een ander voorbeeld, eveneens binnen de PvdA, is ‘Dagboek van een onderhandelaar’ door Ed van Thijn, waarin deze openhartig de mislukte onderhandelingen na de verkiezingen van 1977 schetst.
De PvdA was toen veruit de grootste partij (53 zetels) maar overspeelde haar hand, waarna Hans Wiegel en Dries van Agt tijdens een inmiddels legendarisch diner in het Haagse restaurant ‘Le Bistroquet’ een kabinet CDA/VVD smeedden.

Dries van Agt & Hans Wiegel in ‘Le Bistroquet’ in Den Haag op 15 november 1977.

Een andere politieke aardverschuiving vond plaats tijdens de verkiezingen van 2002 toen bijna uit het niets Pim Fortuyn opkwam. Hij rekende eerst af met de kabinetten Kok in zijn boek ‘De puinhopen van acht jaar paars’ om vervolgens in de peilingen met zijn LPF al snel de grootste partij te worden. De moord op hem gooide roet in het eten: de LPF kwam weliswaar in de regering, maar bleek volledig stuurloos en ging roemloos ten onder. In de daaropvolgende jaren werd het bijna traditie voor lijsttrekkers om, meestal voorafgaande aan de verkiezingen, een pamflet te publiceren. Aan de vooravond van de verkiezingen van 2017 publiceerden o.a. Sybrand Buma (CDA), Jesse Klaver (Groen Links) & Alexander Pechtold (D66) een boek dat nauwelijks verhulde reclame voor hun partijprogramma mag heten en een beetje tegemoet komt aan de hedendaagse wens meer te weten over de mens achter de politicus. Twee uitzonderingen mogen niet onvermeld blijven: Frits Bolkestein heeft meerdere erudiete werken op zijn naam staan waarin vooral de liberale gedachte centraal staat, waarin hij graag zijn favoriete filosofen aanhaalt en niet bang is eigen, tegendraadse meningen te verwoorden, onder meer over de multiculturele samenleving en Europa.

Jan Terlouw was weliswaar jarenlang lijsttrekker voor D’66 maar is vooral bekend als succesvol kinderboekenschrijver (o.a. ‘Koning van Katoren’, ‘Oorlogswinter’ en ‘Oosterschelde: Windkracht 10’) en de laatste jaren ook als thrillerschrijver samen met zijn dochter Sanne Terlouw. Minder bekend is dat hij in 1978 de uiterste amusante detective De derde kamer schreef die in het hart van politiek Den Haag speelt èn waarin -voor de goede verstaander- een aantal bekende figuren uit die tijd een bijrol vervullen.