Interview met ‘alleskunner’ Cor Smit

Cor Smit is onder meer historicus, schrijver en mede-organisator & presentator van de Leiden Jazz Award 2017.

 

*Kan je in het kort iets over jezelf vertellen?
Ik ben geboren in Schiedam in 1954. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur en werkte mijn moeder verdiende bij als werkster. Wij vormden een echt arbeidersgezin, waarin ik als enige de kans kreeg om een echte opleiding te volgen en daarna ook verder te studeren. Mijn ouders waren hier erg trots op en hebben mij hier dan ook altijd ten volle in gesteund.
In 1972 ben ik als geschiedenisstudent naar Leiden gekomen. Ik wilde in eerste instantie helemaal niet naar Leiden. Ik vond het maar een stad waar corpsballen woonden en daar wilde ik niets mee te maken hebben, maar ik werd uiteindelijk toch voor deze studierichting in Leiden geplaatst. Toen ik hier eenmaal woonde bleek Leiden best wel mee te vallen. Het was geen overdreven studentenstad en had veel eigenschappen van de industriestad die ik van Schiedam gewend was. Er waren echter twee belangrijke verschillen: ten eerste had Leiden een universiteit. Ten tweede had Leiden een mooie historische binnenstad, met weliswaar een hoop verpaupering maar vergeleken met Schiedam stonden er wel meer gebouwen en monumenten met historische waarde overeind.

Al vrij vroeg in mijn studietijd –zo midden jaren ’70- besloot ik om samen met een aantal medestudenten iets op sociaal vlak te ondernemen, met èn voor de mensen in de stad. Tegelijk maakte ik in deze periode de start om me te verdiepen in de geschiedenis van het gewone leven in de stad. In 1980 heb ik bijvoorbeeld meegewerkt aan het boek ‘Leiden verleden tijd. Leven, wonen, werken van gewone mensen’. Dat was toen een aardig gat in de markt, omdat in dit boek de rol van de ‘gewone burgerij’ in het bijzonder beschreven wordt in plaats van de Leidse geschiedenis in het algemeen.

Toen ik begin jaren ’80 afstudeerde, was ik inmiddels meer met het zogenaamde ‘actiewezen’ binnen Leiden bezig dan met mijn oorspronkelijke studie. Het was dan ook de tijd van de economische crisis & werkloosheid in Nederland. Ik ben toen aan de slag gegaan als buurtwerker in Leiden Noord –later de Oostelijke binnenstad, waarbij ik in het bijzonder geïnteresseerd raakte in het onderwerp kinderarbeid. In die tijd werd ik politiek actief voor GroenLinks en werd door Hans De la Mar, toenmalig wethouder van diezelfde politieke partij, gevraagd om zijn assistent te worden. Deze samenwerking ging vanaf 1993 door met Jan Laurier, die toen wethouder van Leiden werd. Beide heren kende ik overigens al vanuit het eerder genoemde actie-wezen binnen Leiden in de jaren ’70 en ’80. In die tijd had ik onder andere samen met Jan Laurier ‘De Stadskrant’ opgericht. Dit was een links opinieblad met de pretentie om ook voor een breder publiek bereikbaar te zijn. Het bevatte nieuws en commentaren op de stad Leiden. We colporteerden de krant zelf op de markt, met de leus: Leuk, Links & Leids. Het verscheen van 1981 tot en met 1984 in oplagen van 1500 exemplaren ééns in de 3 weken.
Na deze periode ben ik als beleidsmedewerker bij Dienst Milieu & Beheer werkzaam geweest. Binnen mijn werk bij de gemeente werd ik -bij gelegenheid- steeds meer gevraagd om iets te presenteren over historische feiten. Na verloop van tijd merkte ik dat ik eigenlijk wel klaar was met het functioneren binnen de ambtelijke structuur. Ik ging part time aan de slag als historicus. Na een half jaar –dat was inmiddels in 2002- had ik zoveel werk te doen dat ik mij uiteindelijk als zelfstandige op fulltime basis ben gaan concentreren op de geschiedenis van Leiden.

*Mag ik je functie als historicus typeren als een ‘uit de hand gelopen hobby’?
Nou, eerder een vorm van idealisme die ik sinds mijn studietijd had. Ik streefde er toen naar om op een dag als een zelfstandig historicus te kunnen opereren en op deze manier mijn bijdrage aan de maatschappij te leveren. Ik heb het hierbij altijd een belangrijk aspect gevonden –hoe mooi en interessant ik geschiedenis ook vind- om gelijktijdig een link naar de actualiteit te kunnen leggen. Ik wil dan ook vandaag de dag laten zien hoe zaken als volkshuisvesting, sociale aangelegenheden & de algemene samenleving zich hebben ontwikkeld. Waardoor mensen beter leren begrijpen hoe hun omgeving in elkaar zit.
Op dit moment ben ik via de Historische Vereniging Oud Leiden betrokken bij de renovatie van woningen in wijken als De Kooi en de Zeeheldenbuurt. Hiermee bied ik indirect ook een stuk ondersteuning aan de bewoners die vinden dat er op een andere manier met hun huizen moet worden omgesprongen, bijvoorbeeld door hun huisbazen. Daarmee blijft die kleine activist uit de jaren ’70 bij mij wakker.

*Wil je iets vertellen over je werkzaamheden omtrent het onderwerp ‘kinderarbeid’?
Je bent betrokken geweest bij de opvang en zorg van slachtoffers.
Ik ben een tijd ambtelijk secretaris geweest van de Commissie Lenferink. Daar was burgemeester Henri Lenferink de voorzitter van. Deze Commissie zocht in opdracht van de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Federatie Opvang uit wat nou precies de verantwoordelijkheden van de Nederlandse Gemeenten waren bij de opvang en zorg van slachtoffers van mensenhandel.
http://mensenhandel.nl/artikel/detail/rapport-commissie-lenferink

Bij dat soort problematiek ben ik natuurlijk altijd al betrokken geweest, maar dit ging voor mij echter een stapje verder. Aan de ene kant hoorde het bij mijn werk als ambtelijk secretaris, wat zoveel inhield als heel veel research doen & vervolgens verslagen schrijven. Aan de andere kant was het natuurlijk het humane aspect van betrokken zijn bij een groep slachtoffers van zeer extreme dingen in onze samenleving. Dit gaat om onderwerpen als mensenhandel, met in het bijzonder vrouwenhandel & prostitutie en kinderarbeid. Hierbij merk je ook meteen dat sommige gemeenten weglopen voor de verantwoordelijkheden die ze hierin hebben. In dit opzicht vond ik het dus wel belangrijk om te helpen en gelijktijdig proberen wat verbeteringen aan te brengen. Dit is soms een behoorlijk gecompliceerd proces, omdat je deze maatschappelijke opvang via gespecialiseerde zorg moet regelen.
Ik begon in de jaren ’80 met mijn onderzoek naar kinderarbeid omdat ik het nogal opmerkelijk vond dat er bezuinigd werd op de Sociale Wetgeving & Voorzieningen, terwijl ruim honderd jaar eerder -in 1863- zo’n 30 Leidse fabrikanten pleitten voor sociale wetgeving, namelijk tegen Kinderarbeid. Dat vond ik een interessante tegenstelling en daar wilde ik me meer in gaan verdiepen. Dat was voor een deel uit belangstelling voor mijn werk, daarnaast om het simpele feit dat ik zelf kinderen kreeg. Op zo’n moment ging ik me afvragen: hoe ontstaat kinderarbeid, op welke grond wordt het uitgevoerd en belangrijker: hoe kan het voorkomen worden? Hierbij komt natuurlijk de hele problematiek van de lage inkomens aan de orde en hier ligt eigenlijk de grondslag van mijn verdere loopbaan. Ik ben er namelijk mee door gegaan, dat is toen gaandeweg een uitgebreid verhaal geworden over Leiden en de drijfveer voor een aantal andere boeken die ik heb geschreven. Zo heb ik heel veel gedaan onderzoek gedaan naar Industrieel Erfgoed en daarmee de Industrie van de 19de eeuw, omdat ik dus wilde weten hoe dit ten opzichte van kinderarbeid stond. Daaruit vloeide dan zoals gezegd, gelijktijdig de interesse voor aanverwante onderwerpen uit voort.

*Wat is op dit moment je status ten aanzien van de onderwerpen kinderarbeid & mensenrechten? Ben je bijvoorbeeld politiek actief op dit gebied?
Nee, ik doe deze werkzaamheden op dit moment onafhankelijk. Op dit moment ben ik geen lid van een politieke partij, in het verleden ben ik wel lid geweest van GroenLinks. Vorig jaar heb ik tijdens de Gewestelijke 1 mei viering van de PVDA samen met kamerlid Roelof van Laar een inleiding gehouden over kinderarbeid. Hij deed dit op politiek, actueel vlak en ik op historisch vlak.
Ik wil wel vertellen dat ik op dit moment bezig ben met het organiseren van een groot evenement: ‘Kinderarbeid, vroeger en nu. Hier en in de rest van de wereld’. De voorbereidingen zijn in volle gang en hierin participeren organisaties als de FNV, Unicef Nederland, Terre des Hommes, Defence for Children, Gemeente Leiden en de Coalitie Stop Kinderarbeid.

*Waar ligt voor jou de Sleutel van Leiden?
Dat vind ik lastig te beantwoorden… het eerste antwoord wat in mij opkomt dat er niet echt één sleutel van Leiden bestaat…sowieso heeft ons Stadswapen er twee en daar wil ik dan ook eigenlijk van uit gaan.

De eerste sleutel staat volgens mij voor de enorme culturele, historische erfenis die wij in Leiden rijk zijn. Het feit dat een aantal gidsen en historici -waaronder ikzelf- aan de hand van een wandeling door de binnenstad de geschiedenis van Leiden kunnen vertellen getuigt hiervan.
De tweede sleutel staat wat mij betreft voor de grote transformatie die de stad in de laatste decennia heeft ondergaan. Dit is met betrekking tot de nieuwe stedelijke economie en bevolking, maar ook op het gebied van kennis & innovatie. Ik denk bijvoorbeeld dat er voor het eerst in de geschiedenis werkelijk een relatie is tussen de stad en de universiteit, terwijl die werelden voorheen veel verder uit elkaar lagen.
Een derde en belangrijke sleutel die ik nog graag onder de aandacht wil brengen is het besef dat deze stad niet ophoudt bij de gemeentegrenzen. Het is allemaal één stad en daar ligt ook indirect een sleutel voor de toekomst. Ik bedoel als jij hier vandaan naar Leiderdorp of Oegstgeest fietst, dan kom je de stad eigenlijk niet eens uit. Besef ook dat van de huidige Leidse bevolking slechts een minderheid in Leiden zelf geboren is. Daarbij wonen in een gemeente als bijvoorbeeld Leiderdorp naar verhouding minstens zoveel oorspronkelijke Leidenaars als in Leiden zelf. Niet alleen gemeentelijk organisatorisch, maar ook sociaal is die verbinding groot, doordat veel Leidenaren elders wonen en ik vind dat we dat ons moeten realiseren. We zijn één stedelijke agglomeratie en er kunnen een hele hoop zaken alleen maar goed lopen als we het echt gezamenlijk doen en niet met allemaal zogeheten eigen agenda’s. ..

*Hoe kijk jij aan tegen het huidige proces van sociale, maatschappelijke ontwikkeling en verandering in de samenleving? Sta jij daar in de meeste gevallen achter ?
Als het gaat om sociaal, maatschappelijke veranderingen, moet iedereen in de samenleving de mogelijkheid hebben om daaraan deel te nemen. Dit geldt niet alleen op nationaal, maar ook op internationaal vlak en aan dat proces wil ik graag meewerken. Ik maak me in het algemeen meer zorgen over de reacties op maatschappelijke veranderingen dan op het feit op zich. Ik sta absoluut niet overal achter: zo vind ik dat er onder het mom van mantelzorg en ‘zorg in de buurt’ heel veel noodzakelijke professionele zorg wordt afgebroken.
Waar ik mij op dit moment echter het meest zorg over maak is de manier waarop mensen zich terugtrekken in hun ‘eigen identiteit’ en een afkeer ontwikkelen tegen groepen als migranten & vluchtelingen. Dat zijn namelijk de groepen die momenteel nog het meest in de knel zitten, maar ook de mensen die hier als vluchteling zijn gekomen of als gastarbeider in de jaren ’60 door ons zijn uitgenodigd. Dat zijn nu de doelwitten van afkeer en ik zou hierbij een slecht historicus zijn als ik niet voortdurend vergelijkingen zie met allerlei maatschappelijke ontwikkelingen uit het verleden. Voor de Tweede Wereldoorlog waren het de mensen van Joodse afkomst die het etiket van zowel communist als kapitalist kregen. Tegenwoordig zijn het de mensen van Islamitische afkomst en de vluchtelingen in het algemeen. In dat opzicht is intolerantie een menselijk trekje: naar een ander wijzen en elkaar de schuld geven.
Als ik nu terugkijk naar mijn activiteiten in de jaren ’70, kan ik daar best kritisch op terugkijken. Misschien zijn hier en daar te fanatiek geweest en hebben we teveel geschreeuwd, maar het was onze bedoeling om te vechten voor iedereen in de samenleving. Als ik dan naar de huidige samenleving kijk, vraag ik me soms af wat het nut is geweest. Het lijkt wat dat betreft of alles weer wordt afgebroken en de patronen waar wij tegen vochten en waarvan wij dus hoopten dat ze zouden verdwijnen weer helemaal terug gekomen.

*Wat vind je daarnaast concreet van de structurele veranderingen in de stad? Hierbij denk ik aan zaken als nieuwbouw.
In de eerste plaats vind ik dat een stad moet leven en dit brengt veranderingen in het stadsbeeld met zich mee. Met die ontwikkeling moet je om kunnen gaan, als je dat niet doet wordt het gebied in de loop van de tijd een soort openluchttentoonstelling.

Daarnaast vind ik wel dat er zorgvuldig moet worden omgegaan met ons culturele erfgoed, want dat is ons kapitaal. Wat waardevol is moet je behouden en je moet niet teveel slopen. Dat wil echter niet zeggen dat je geen andere gebouwen in de

 

binnenstad neer kunt zetten, al moet het natuurlijk wel een beetje aansluiten. Ik heb liever een modern gebouw met eigen karakter dat qua maatvoering en materiaal niet detoneert, dan namaak historiserende bouw. Om een voorbeeld te geven: het Achmea-gebouw aan de Schipholweg vind ik voor de stationsomgeving schitterend, maar je moet het natuurlijk niet in de binnenstad neerzetten. Ten opzichte van de huidige bouwplannen voor het stationsplein heb ik mijn bedenkingen: daar komen 3 hoge torens te staan. Misschien ben ik wat conservatief, maar laten we uitkijken dat dit soort bebouwing de zichtlijn niet gaat domineren. Dat je dus richting station tegen een enorme muur opkijkt, waardoor het andere waardevolle dingen in de stad gaat overheersen. Vraag je ook af of het economische hart van Leiden op die manier niet verschuift naar het stationsgebied en wat dat betekent voor onze prachtige historische binnenstad. Dat vind ik zonde.
Besef overigens wel dat de werkelijke waardering voor nieuwbouw groeit met de tijd. Toen bijvoorbeeld het huidige Kamerlingh Onnes gebouw -als zijnde laboratorium- werd gebouwd in 1859, noemde de toenmalige pers het “een monster waarvan de bevolking het belachelijk vond dat het überhaupt in deze stad mocht verschijnen”. Een ander voorbeeld is het voormalige V & D gebouw dat nu de stad siert. Dat was destijds, in 1936 qua formaat & architectuur een minstens zo grote inbreuk op het destijds aanwezige stadsbeeld. Voornamelijk omdat het 3x zo hoog was als de bebouwing die eromheen stond.
Aardige aanvulling op dit onderwerp zijn dan misschien nog de verschillende puien in de stad. Tegenwoordig doen wij precies het omgekeerde dan we honderden jaren lang hebben gedaan. De huidige trend is namelijk om de authentieke puien te laten staan en er een nieuw gebouw achter te zetten. In de 17de , 18de & 19de eeuw daarentegen, had men de gewoonte om een moderne gevel tegen een oud gebouw aan te zetten, waarvan de structuren van het gebouw soms dateerden uit 1300. In die tijd bestond er dus stukken minder waardering voor nostalgie & authenticiteit. Om maar iets anders te noemen: er bestaat een document uit 1869 waarin wordt voorgesteld om het Gravensteen te slopen, om vervolgens een nieuwe concertzaal op die plek neer te zetten. Ter verduidelijking: in die tijd bestond er ook nog geen monumentenlijst.

*Welk gebouw in Leiden ontbreekt naar jou idee op de lijst van Rijksmonumenten?
Nou, hier zou ik in eerste instantie enkele woningcomplexen in de sociale woningbouw op willen zetten. Binnen de werkgroep van ‘Historische Vereniging Oud Leiden’ zijn we nu bezig om hier wat meer aandacht aan te besteden, in plaats van individuele pandjes. De eerste aanzet voor zo’n status is nu gedaan voor een aantal centrale blokken in de Kooi, waarvan de architectuur bijzonder is en de sociaal historische betekenis groot. Datzelfde had ik ook graag in de Zeeheldenbuurt willen zien. Dat gebied valt nu net niet binnen het beschermd stadsgezicht. Gezien de huidige volkshuisvestigingspolitiek is het weinig rendabel voor de woningcorporaties om dingen te laten staan en te restaureren. Daar zijn geen financiële middelen voor. Dat is een probleem.
Verder zou ik wat meer architectuur uit de jaren ’50 op de lijst willen zien. Ik kies juist voor die periode, want dat is vlak voor de zogenaamde massaproductie die vanaf de jaren ’60 in de Nederlandse woningbouw op gang kwam.
Sommige kerkgebouwen komen wat mij betreft ook aan de orde. Ik vind het bijvoorbeeld jammer dat de Zuiderkerk aan de Lammenschansweg in 1989 is afgebroken. Dat was een belangrijke moderne kerk en een hoogtepunt in de gereformeerde kerkbouw van de jaren ’30.

*Er is de afgelopen periode een nieuwe leven gegeven aan verschillende oude gebouwen. Dit geldt voor de Meelfabriek, maar bijvoorbeeld ook voor onze oude locatie van De Boekenzolder, dat nu trouwens een schitterend appartementencomplex is… Wat is je mening omtrent de verbouwing van oude monumentale gebouwen?
Kijk, de stad en daarmee de samenleving veranderen altijd. Ik hecht aan historisch erfgoed, maar ik ben er tegen dat alles hetzelfde moet blijven. Weet je, niemand heeft iets aan iets authentieks waar je niets mee kunt doen. Uiteindelijk wint dan toch het proces van slijtage en verval. Hergebruik is noodzakelijk en daarmee het zoeken naar grenzen en mogelijkheden Ik heb in sommige gevallen contact met projectontwikkelaars en mensen van Cultureel Erfgoed en ik volg de meeste ontwikkelingen op de voet. Het is een logische zaak om na een periode een monument een nieuw leven te geven. Dat kan niet anders..

*Kan je iets meer vertellen over je stadswandelingen?
Het leuke van stadswandelingen is dat ik elke keer weer nieuwe dingen tegenkom & ontdek. Een goed voorbeeld is de Haarlemmerstraat. Ik stond midden in de winkel van Oudshoorn Serviezen en ineens vielen mij de grote pilaren op. Dit bleek de oude constructie van de oude kapel van het Barbara Gasthuis te zijn, gedateerd uit 1420. Tijdens een andere wandeling zag ik uit mijn ooghoeken in één van de daar aanwezige kleine pandjes een beeld staan. Dat bleek de allereerste afbeelding in Nederland van Laurens Janszoon Coster te zijn, gedateerd uit 1600. Ik vertel er dan meteen bij dat Leiden in de 17de eeuw een belangrijke drukkers- en uitgeversstad was. Dat soort momenten & vondsten vind ik echt schitterend.

Sinds kort zijn we erachter dat er heel veel waterkelders in de stad waren die dienden om regenwater op te vangen. Tot nu toe dachten we dat de mensen alleen bier gebruikte omdat het grachten- en grondwater te smerig was. Nu zijn we er dus achter dat ze ook regenwater opvingen. In de hofjes zie je vaak dat de pomp twee kranen heeft, waarbij de één voor grondwater was, dat diende om schoon te maken was en de andere voor regenwater. Daar zat dus een grote regenkelder onder, waardoor de mensen gewoon fatsoenlijk water konden gebruiken voor eigen consumptie. Dit hebben we dus heel recent ontdekt en wordt door Erfgoed Leiden onderzocht.

(Gezicht op de Koepoort in Leiden, Paulus Constantijn la Fargue, 1770)

Er bestaan in Leiden wel 60 tot 70 kleine trappen aan de waterkant met een historische betekenis. In andere steden bestaan ze ook, maar Leiden heeft ze op veel grotere schaal. Deze trappen dienden als hulpmiddel voor huishoudelijke gebruik om bijvoorbeeld de was te doen en de straat te boenen. Ik vermoed dat de trappen vanaf het midden van de 17de eeuw in de stad zijn aangebracht. Ze dienden zoals veel mensen denken dus niet als opstapplaats voor boten, daar waren de kades namelijk laag genoeg voor. Overigens werden de lakens vanaf een schuit gewassen in de 17de eeuw, later in de tijd gebeurde dat vanaf vlonders. De grachten van deze stad lagen in de 17de en 18de eeuw trouwens vol met vlonders om verschillende werkzaamheden te doen. Nog los van die trappen.
Het aardige van dit verhaal is dat men zich tegenwoordig druk maakt om terrasboten en vlonders, maar in het verleden hebben de grachten dus altijd vol gelegen met dat soort boten en vlonders. Dat is gewoon gebruiksgoed geweest. Op het moment dat je daar tegen gaat protesteren haal je dus juist het historische karakter weg.

*Is er een stadswandeling die je tot nu toe het meest is bijgebleven?
Elke route heeft een ander verhaal. Ik doe ook iedere keer aan thema’s. De leukste routes maak ik in het algemeen met nieuwkomers. Dan loop ik langs allerlei plekken die de ‘migratie door de eeuwen heen’ kenmerken. Eén van de laatste wandelingen was met een groep mensen van Turkse afkomst, waarvan je op een gegeven moment merkt dat ze nauwelijks buiten Leiden Noord komen. Voor hun is Leiden dan ook min of meer een ontdekkingsreis. Leuk is het moment dat ze bij het Stadhuis de ‘halve maantjes’ zien en daarbij de anekdote ‘liever Turks dan Paaps’ horen.

Dat zelfde heb ik via de taalschool ook met Syrische vluchtelingen gedaan. Je kunt door middel van zo’n wandeling heel goed de verbinding van deze stad met de achtergrond van deze groepen mensen leggen. De Arabische taal & cultuur is bijvoorbeeld al sinds 1613 een studie richting in Leiden. Het aardige om hierbij te vertellen is dat de Universiteit Leiden destijds regelmatig geschenken uit deze gebieden mocht ontvangen. Daarbij gold Nederland als één van de weinige landen in de wereld waar Arabisch, Turks & Hebreeuws drukwerk verkrijgbaar was.

Ander noemenswaardig punt is het pand ‘In den vergulden Turk’, het voormalige V&D in de Breestraat. Het pand zelf dateert uit 1673, is nog compleet authentiek en staat uiteraard op de lijst van Rijksmonumenten. Het beeldhouwwerk op het fronton aan de Breestraat vertelt de geschiedenis, de naamgeving eronder is er pas later bijgekomen. Op de gevel staan drie afbeeldingen: een Osmaanse hoogwaardigheidsbekleder; Neptunus, God van de Zee & Mercurius, God van de handel. Over de benen van Mercurius heen zie je een geitje met gouden horens. Dat is een angorageit, afkomstig uit de plaats Angora –tegenwoordig Ankara- .

De procedure was dat partijen angorawol ingekocht werden, die in Leiden in combinatie met Westerse schapenwol tot de kwalitatief hoogwaardige stof grijn verweven werd. Vervolgens werd die stof in het Midden Oosten in de vaste handelsplaatsen Izmir & Aleppo verkocht door de directe Leidse vertegenwoordigers.
Deze handelsbetrekkingen vormden van 1620 tot 1850 een belangrijke rol in de Leidse economie en was daarmee een grote schakel tussen Nederland en het Osmaanse Rijk. https://www.erfgoedleiden.nl/component/lei_verhalen/verhaal/id/274

Je ziet, het antwoord op je vraag is meteen een hele geschiedenisles. Samenvattend vind ik wandelingen met nieuwkomers dus eigenlijk de meest interessante, omdat ze –om bovenstaande redenen- wat mij betreft het meeste betekenis geven.

*Wat vind je het mooiste hofje?
Dat zijn er nogal wat, maar er springen er voor mij een paar uit. Dat is het Eva van Hoogeveenshof in de Doelensteeg. Dat vind ik vooral mooi door het gele & rode baksteen dat erin verwerkt is.
https://www.erfgoedleiden.nl/component/lei_verhalen/verhaal/id/466

Dan vind ik het Tevelingshofje aan het eind van het Levendaal heel bijzonder. Het heeft een ruitvormige binnenplaats en is gebouwd volgens de zogenaamde ‘wybertjesvorm’. Dit hofje is een Rijksmonument. https://www.erfgoedleiden.nl/component/lei_verhalen/verhaal/id/499

Als laatste wil ik het Sint Annahofje of Anna Aalmoeshuis aan de Middelstegracht noemen. Daar zit een authentieke kapel in, gedateerd uit 1510. Dat is voor de Hervorming en voor de Beeldenstorm. Het is één van de weinige kerken in Nederland die niet vernietigd is tijdens de Beeldenstorm, met bovendien een nog authentieke inrichting. Er kunnen precies 13 bezoekers in de kapel en het hofje heeft de status van Rijksmonument.
https://www.erfgoedleiden.nl/collecties/uw-verhalen/uw-verhalen/verhaal/id/223

*Wat is je toekomstbeeld voor de komende 5 jaar?
Dan hoop ik dat ik nog steeds in Leiden woon en kan genieten van de stad. Ik zal met historische feiten en kinder- en jeugd problematiek in het algemeen bezig blijven, maar misschien iets minder dan nu. Verder wil ik in een boek publiceren over bomen in de stad in samenwerking met Dr Rinny Kooi, onderzoeker & bioloog bij de Universiteit Leiden. Toen ik met het boek ‘Leiden met een luchtje’ bezig was, heb ik daar al wat feiten over uitgezocht.

Verder ben ik tijdens mijn werkzame periode bij de gemeente betrokken geweest bij de allereerste bomennota’s die werden geproduceerd. Hierbij kwamen onderwerpen aan de orde als de functie en plek van bomen in het algemeen en het besluit tot al dan niet kappen van bomen.

*Om hierop door te gaan: bestaan er bomen die onder monumentenzorg vallen?
Jazeker. Dat zijn twee categorieën bomen: ten eerste de prachtige, oude bomen die mooi en stevig gegroeid zijn. Ten tweede de bomen die voor een speciale gelegenheid zijn geplant, bijvoorbeeld voor een Koninklijke aangelegenheid en waar om die reden een hek omheen staan. Misschien aardig om te vertellen dat de oudste boom van Leiden bij de ingang van de Hortus Botanicus staat, als je binnenkomt rechts.

Het is de Gouden Regen, die -als je goed kijkt- door stukken ijzer overeind wordt gehouden. Deze is in 1601 geplant en staat daar dus al 415 jaar Leiden op te sieren!
https://www.hortusleiden.nl/de-hortus/collectie/bijzondere-bomen/gouden-regen

*Zijn we tijdens dit gesprek nog iets vergeten te vermelden?
We hebben het nog niet gehad over het boek ‘Historische Canon van Leiden’ uit 2008.

 

 

 

 

 

 

Bekijk ook even de website http://www.deleidsecanon.nl/.
De vernieuwde, derde druk van het boek verschijnt binnenkort en er komt ook een Engelse versie uit voor onze anderstalige medemens. Het aardige is dat de gemeente Leiden dit boek destijds in hoge oplage kocht als hulpmiddel voor inburgering. Hiervoor wordt ‘Het Leiden Boek’ uit 2010 ook wel gebruikt.
Hier ben ik trouwens wel trots op, want er zijn inmiddels 10.000 exemplaren van verkocht!