Interview met Barthel Brussee

*Wil je in het kort iets over jezelf vertellen?
Ik ben geboren en opgegroeid in Leiden. Later ben ik hier ook gaan studeren. Korte tijd heb ik Nederlandse letterkunde gestudeerd, daarna ben ik in de avonduren naar de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) gegaan. Vanaf 1997 besloot ik om mij volledig op het kunstenaarschap te richten. Dat houdt in dat ik de vakbekwaamheid van schilderen, tekenen, grafiek, beeldhouwen en sinds kort ook die van het striptekenen beheers. Daarnaast doe ik op dit moment veel met videotechnieken, bijvoorbeeld ‘stop-motion’ en werk ik aan een game. Dit laatste lag in eerste instantie niet in de bedoeling , maar is gaandeweg ontstaan in samenwerking met aquarellist & collega Johan Scherft. Het blijkt dat zijn technische kennis en mijn animaties elkaar prima aanvullen.

*Wat is één van de belangrijkste dingen die je opgepakt hebt vanuit je opleiding op de Academie?
Dat is het feit dat je ‘van vroeg tot laat’ en ‘van voor naar achter’ door de kunstgeschiedenis heen gesleept wordt, waardoor gedurende de opleiding je blikveld enorm verruimd wordt binnen de kunstwereld. Dit laatste wordt uiteraard mede veroorzaakt door de verschillende sociale contacten die je opdoet. Vanaf het moment dat ik daar binnenkwam heb ik heel bewust mijn eigen pad gekozen en de docenten opgezocht die mij het meest konden bieden. Dat is voor mij een heel belangrijk proces geweest, want zo heb ik geleerd om mijn eigen koers te ontwikkelen. Als je bijvoorbeeld denkt dat je op de Academie ‘technisch perfect’ leert schilderen zit je verkeerd want je moet uiteindelijk je eigen stijl zien te vinden.

*Wat trekt je meest aan in de Dada beweging?
Ik vind het leuk om dingen zogezegd een beetje ‘op de hak te nemen’ en tegelijkertijd te relativeren, daarom vind ik die Dada periode zo interessant. Het is belangrijk om vooral ook de menselijke kant van die Stijlkunstenaars te zien en het dus allemaal niet zo serieus te nemen. Wat ik bijvoorbeeld jammer vind is dat kunstschilders als Piet Mondriaan & Theo van Doesburg over het algemeen zo’n streng en sereen stigma om zich heen hebben. Volgens mij waren zij namelijk helemaal niet zo serieus en ook best wel in voor een verzetje en daarop is de hele Dada periode natuurlijk gebaseerd. Overigens zou ik die ongein van de Dada beweging sowieso meer terug willen zien in deze tijd, in plaats van de meer serene aanpak.

*Zijn er kunstenaars die je als grote voorbeeld ziet?
Toen ik op de Academie kwam waren dat voor wat betreft kunstschilders de Nederlander Jan van Eyck en de Amerikaan Edward Hopper. Op dit moment zijn voor wat betreft de striptekenaars de Belgische Hergé (pseudoniem van Georges Prosper Remi & geestelijk vader van ‘Kuifje’, -red.) & de Franse Jacques Tardi twee belangrijke inspiratiebronnen. Deze laatste noem ik ook in de traditie van de Franse golf strips voor volwassenen die in de jaren ’70 en ’80 eindelijk populair werd. Tot dan toe behoorden strips namelijk tot een soort kindercultuur waar je als volwassene afstand van hoorde nemen. De Franse strips uit die periode worden ook de literatuur van de strip genoemd omdat het op een soort intellectueel niveau geproduceerd en gelezen werd en dat trok absoluut mijn aandacht. De laatste jaren merk ik dat de groei van stripverhalen een ontwikkeling doormaakt die enorm interessant is en waar je je ogen niet voor moet sluiten.

*Wat inspireert en motiveert je als kunstenaar?
Over het algemeen heb ik al vrij snel inspiratie en ik heb ook altijd schetsboeken vol met dingen die ik interessant vind. Sommige ideeën noteer ik in beeld en anderen in tekst. Het gebeurt ook regelmatig dat ik een idee in mijn hoofd heb over iets dat ik niet direct kan plaatsen en daar zoek ik dan via verschillende Google-zoektermen het meest geschikte beeld bij. Veel inspiratie komt ook op onbewaakte momenten, bijvoorbeeld als ik door de stad wandel of fiets…

*Als ik naar je werk kijk, springen er voor mij een aantal uit. Zou je hier reactie op willen geven?
Als eerste: Een ander oordeel

Een ander oordeel – Barthel Brussee

Om te beginnen ben ik opgegroeid in Leiden en toen ik jong was liep ik vaak langs ‘Het laatste oordeel’ van Lucas van Leyden. Ik was toen al geïnteresseerd in kunst en dat werk is dus belangrijk voor mij. Ik ben niet godsdienstig en geloof niet in de Apocalyps, maar ben wel altijd bijzonder geïnteresseerd geweest in triptieken van middeleeuwse oorsprong. Het leek me fantastisch om me hier een keer aan te wagen. Ik ben toen gaan kijken hoe ver ik kon komen als ik als het ware in de huid zou kruipen van Lucas van Leyden. Nadat ik zo goed mogelijk bestudeerd had hoe het gemaakt is, heb ik het schilderij met een soort ‘Barthel-sausje’ overgoten. Wat ik erbij wil vermelden is dat dit werk vooral relativerend bedoeld is, met typische ‘Barthel-metaforen’. Uiteindelijk is dat dus deze loodzware triptiek geworden, waarvan ik natuurlijk stiekem hoop dat Museum de Lakenhal het nog eens adopteert.

Als tweede: Trek

Trek – Barthel Brussee

Dat is een relatief oud werk, gebaseerd op een computerspel waarbij een personage als het ware door het spel heen reist. Daarom heb ik het mannetje met de pet in de lijst getekend om de suggestie te wekken dat hij een wereld binnen stapt. In het geval van dit schilderij ben ik dat mannetje zelf. Andere inspiratiebron voor dit werk is de Legende van het Luilekkerland, met de Hoorn des overvloeds. Laatste reden is dat ik op dat moment deelnam aan een tentoonstelling met als thema ‘Eten’.

Als derde: Boekenstort

Boekenstort – Barthel Brussee

Dat schilderij is in eerste instantie bedoeld om ergens tegen het plafond aan te hangen. In die trant heb ik het dus ook gemaakt; de persoon staat als het ware aan een rand en kijkt hoe de boeken naar beneden storten. Ik werkte destijds bij het activiteitencentrum van Brijder Verslavingszorg in Den Haag en kreeg de opdracht iets te schilderen voor hun interne bibliotheek.

Dan het werk: Filiaal

Filiaal – Barthel Brussee

Dit schilderij refereert aan dezelfde periode toen ik als activiteitenbegeleider werkzaam was bij Brijder. Je ziet mensen afgebeeld die met werkzaamheden bezig zijn als: dierenverzorging, lassen, fietsenmaken en werken in de tuin. Deze activiteiten vonden plaats in een ruimte die ze bij Brijder ‘Het filiaal’ noemden, vandaar de naamgeving.

Het werk: Stureplan, centrum Stockholm 2008

Stureplan, centrum Stockholm 2008 – Barthel Brussee

Op dat moment bracht ik een bezoek aan de Zweedse hoofdstad Stockholm. Zoals je weet ben ik een schilder die zich graag tussen de mensen begeeft en graag op locatie -naar werkelijkheid en waarheid- schildert. Bij dit werk stond ik op een container midden in de straat, zodat omstanders wel konden meekijken, maar niet meteen met hun neus op mijn werk konden staan. Daarbij was het op een centraal punt in de stad waar veel mensen afspreken; als je goed kijkt zie je een witte overkapping, een soort paddenstoel-achtige vorm waar mensen bij staan. Dat is het meeting point. De personen op de voorgrond zijn verzonnen; ze zijn waarschijnlijk gebaseerd op een voorbijganger.

Als laatste noem ik: Spekkie

Spekkie – Barthel Brussee

Met dit schilderij wilde ik een soort ‘Photoshop’ effect bereiken: het spekkie lijkt als het ware te zweven boven die andere laag in het plaatje. Het is op die manier bijna een enorme ding, een soort ufo, dat dreigt boven de horizon. Ik wilde eigenlijk een relativerend idee neerzetten: er is natuurlijk niets hoogdravends aan een spekkie. Daarbij gaat het natuurlijk ook om een gekanteld vlak, er zit dus indirect een verwijzing in naar kunststroming De Stijl, wat natuurlijk prima past in het jaar 2017.

*Hoe heb je de tijd als activiteitenbegeleider bij ‘Brijder – verslavingszorg’ ervaren?
Ik ben er destijds via vrijwilligerswerk langzamerhand ingerold en had erin door kunnen gaan, maar dat wilde ik zelf niet. Het was op zich interessant werk; ik kreeg mede door mijn opleiding en werkervaring in vergaderen en verslagen maken steeds meer verantwoordelijke functies. Daarbij had ik een goede en vertrouwelijke band met de cliënten, wat essentieel is binnen de functie. Je moet ze namelijk ondanks hun ziekte kunnen activeren in een soort dagritme, anders heb je geen resultaat. Zo heb ik een aantal schilderijen voor Brijder gemaakt, min of meer in samenwerking met cliënten, om ze te motiveren om mee te doen. De hele dag praten en behandelen heeft in mijn ogen niet zoveel zin, er moet dynamiek zijn: cliënten moeten actief zijn. Uiteindelijk werd ik overgeplaatst naar een soort werkplaats waar ik in aanmerking kon komen voor bijscholing in de psychiatrische- en verslavingszorg, om vervolgens een vast contract te krijgen. Daar heb ik na lang nadenken toch niet voor gekozen, omdat ik het gevoel had dat mijn roeping ergens anders lag. Ik heb toen wel voor hun interne bibliotheek het werk ‘Boekenstort’ gemaakt, waar we het net over hadden. Volgens mij hangt het werk er nog steeds.

*Je bent een veelzijdig kunstenaar. Welke kunstvorm heeft jou voorkeur?
Dat hangt sterk van het moment af, maar als ik eenmaal iets oppak ga ik er ook volledig voor. Op het moment ligt mijn passie bij het striptekenen, met het pas verschenen album ‘Dada in Leiden’. Het project met dit team is me zo goed bevallen dat ik nu alweer aardig wat inspiratie heb opgedaan voor mijn tweede stripalbum. Ik ben me dus inmiddels alweer aardig aan het inlezen.

*Zijn er op dit moment één of meerdere beginnende kunstenaars van wie het werk meer aandacht verdient volgens jou?
Ik vind om te beginnen dat je als kunstenaar niet bang moet zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Het is logisch dat de jongere generatie met een andere, frisse blik naar kunst kijkt en dat vind ik prima. Op deze manier zal de moderne kunst meer neigen naar video- of muziek technieken. Daar moet je alleen maar proberen op in te haken want die ontwikkeling zal vanzelfsprekend altijd door blijven gaan. Maar als ik namen mag noemen: ik vond laatst de tentoonstelling over Banksy erg goed. Dat is inmiddels wel mainstream geworden, maar de roots hiervan liggen toch bij de zogenaamde Streetart. Dat begon als een soort illegale handeling op straat, maar mag nu wel big business genoemd worden.

*Je stripalbum ‘Dada in Leiden’ is enthousiast ontvangen. Vertel er nog eens over?
Als eerste wil ik mijn waardering uitspreken naar kunsthistoricus Herbert Mattie, Uitgeverij ‘De Muze’ en Studio Schuttinga voor de vormgeving en de aandacht waarmee het album gemaakt is en hoe mooi het is geworden. Het verhaal speelt zich af in een periode die ik heel interessant vind: de dagerraad van de moderniteit begint in allerlei vormen op te komen. De mens maakt voor het eerst kennis met de fotografie en hiermee wordt de schilderkunst min of meer verlost van de beeldende functie. Op deze manier ontstaat er een zee van mogelijkheden op het gebied van de schilderkunst, maar natuurlijk ook voor andere kunstvormen. Dat lijkt me enorm spannende tijd om in te leven en het liefst zou ik nog zelf deel van de periode uitgemaakt hebben… De Dada beweging was de kern van dit album en voor mij is het een mooi afgerond verhaal. Ik vond het in de eerste instantie best lastig om een goed scenario voor een stripalbum te maken. Omdat het om historische feiten gaat, zat ik min of meer ook aan een soort kader gebonden. Al met al ben ik best trots op dit album.

*Wat zijn je verdere toekomstplannen & ambities?
Er spelen verschillende ideeën. Ik heb een plan voor het bezoek dat de Parijse kunsthandelaar & -historicus Daniël-Henry Kahnweiler in 1907 bracht aan Pablo Picasso. Die was toen als beginnend kunstenaar in Frankrijk aangekomen. Tijdens dit bezoek maakt hij kennis met het werk ‘Les Demoiselles d’Avignon’ van Picasso. Het verhaal hierbij gaat dat Kahnweiler zo onder de indruk van het schilderij was dat mensen dachten dat hij doorgedraaid was of bij wijze van spreken olie gedronken had.
Een ander plan zal waarschijnlijk gaan over de ‘Sacre du Printemps’, een balletvoorstelling van de Russische componist Igor Stravinsky, dat op muzikaal gebied een enorme sprong naar de moderne tijd was. Op dit moment ben ik bezig om deze in stripvorm weer te geven, waarbij ik een sfeerimpressie van zowel de voorstelling in Parijs, als in Leiden neer wil zetten. Het verhaal hieromheen ben ik nog aan het bedenken. Dat hele proces van zo’n verhaal is voor mij heel inspirerend, waarbij het natuurlijk fantastisch is als het goed ontvangen wordt!

Het cabaret duo ‘Haasnoot & van Kempen’ geeft een korte voorstelling bij de presentatie van het stripalbum ‘Dada in Leiden’.