Interview met Bram Bakker

* Wil je in het kort iets over jezelf vertellen?
Ik ben 53 jaar en ik heb een gezin met 3 kinderen. Mijn hobby’s zijn onder meer hardlopen en lezen. In het dagelijks leven ben ik vooral psychiater, maar ook schrijver en uitgever.
Destijds heb ik aan de VU geneeskunde gestudeerd en heb daar mijn proefschrift geschreven. De specialisatie tot psychiater heb ik bij de legendarische, maar inmiddels afgebroken ‘Valerius kliniek’ gedaan. Ik ging geneeskunde studeren om psychiater te worden, in tegenstelling tot de meeste mensen die het andersom doen. Behalve dat ik me gespecialiseerd heb, heb ik een proefschrift geschreven. Mijn proefschrift was meteen het eerste boek dat ik schreef en daarom dus volgens een strak format geschreven. Toen ik klaar was met mijn proefschrift en specialisatie -ik was toen een jaar of 37/38- stelde ik mezelf de vraag “waarom wilde ik dit ook al weer worden en lijkt het eigenlijk op wat ik in eerste instantie voor ogen had”. Toen ik mezelf met een teleurstellend ‘nee’ moest beantwoorden, was dat voor mij een directe aanleiding om mijn eerste ‘echte’ boek te gaan schrijven. Dat kwam uit in 2003 onder de titel ‘Te gek om los te lopen’. Het was best een controversieel boek, omdat het verschil tussen dat wat ooit mijn droom was en de praktijk van het vak uiteindelijk zo groot was. Het boek kreeg veel aandacht, verkocht goed en daarmee was gelijktijdig mijn naamsbekendheid als schrijver en publiek figuur gevestigd. Sindsdien schrijf en publiceer ik zo’n beetje één boek per jaar, voornamelijk omdat ik het heel leuk vind en daarnaast denk ik dat er veel behoefte is aan informatieve boeken over mijn vak.

* Wat zou je kunnen vertellen over je betrokkenheid bij verslavingsklinieken?
Ik heb nooit een kliniek opgezet, maar ben altijd wel betrokken geweest bij de ins- en outs van verslavingsklinieken. Daarbij heb ik er ook nooit aandelen in gehad en dat gaf mij altijd de vrijheid om me in persoon terug te trekken als ik het ergens inhoudelijk niet mee eens was. Sinds kort heb ik nu wel mijn eigen bedrijf opgericht en dat is Sitagre. Dat is een plek waar je onafhankelijk advies kunt halen met betrekking tot behandeling –of niet- van psychische klachten.

* Ben je tevreden over het huidige concept bij Sitagre?
Waar het mij om gaat is dat je binnen het huidige GGZ-zorgstelsel in Nederland door de huisarts doorverwezen wordt naar de instelling die je daadwerkelijk ook gaat behandelen. Hierbij wordt de zogenaamde WC-eend formule gehanteerd: “Wij van WC-eend adviseren WC-eend”. Dat is naar mijn idee erg raar. Je zou namelijk denken dat de indicatie van de behandeling door een onafhankelijk iemand gesteld zou moeten worden.
In de tijd dat ik nu in de verslavingszorg werk, waarvan het grootste deel in de afgelopen tien jaar, is mij dikwijls opgevallen –onafhankelijk van de werkplek waar ik zat- dat er mensen rondliepen waarbij ik het idee had dat ze er niet goed op hun plek waren. Maar omdat ik daar in dienst was, werd ik verondersteld om de mensen toch op betreffende werkplek te laten behandelen. Terwijl ik het eigenlijk raar vond dat er geen plek bestond waar mensen kunnen vragen “ik heb een verslaving, wat raad u mij aan om te doen?”. Dat onafhankelijke concept hanteren wij nu dus wel bij Sitagre. Het leuke daarvan is dat je iedereen advies kunt geven, terwijl je daar zelf niet wijzer van wordt. Het is in mijn ogen dus de ultieme klantvriendelijke benadering, namelijk met iemand meedenken wat hij of zij het beste kan doen. Met dat concept ben ik nu heel tevreden bij Sitagre.

* Wanneer besloot je iets op het gebied van theater producties te gaan doen?
Het ligt in het verlengde van de boeken die ik schrijf over meer begrip en openheid over mijn vak. Het psychiatrisch cabaret -de theatrale vorm- had ik nooit eerder overwogen, maar het toeval wilde dat cabaretière Marjolein van Kooten haar boek ‘Schijtluis’ gepubliceerd had in 2014. We spraken hier samen enthousiast over en zo ontstond eigenlijk binnen twee minuten spontaan het idee om er samen maar meteen cabaret van te maken. Het werd de theatervoorstelling ‘Geen paniek’ die we uiteindelijk twee jaar lang met honderd -bijna allemaal uitverkochte- voorstellingen hebben gespeeld. Het is dus veel groter en succesvoller geworden dat we ooit hadden gedacht. Mensen zijn blijkbaar uit op informatie in luchtige vorm, dat heet dan ‘infotainment’. Het is natuurlijk wel een goede mix om een avond in het theater te gaan zitten en er tegelijkertijd wat van op te steken. Er lijkt ook een opkomst van dit soort programma’s, of theatercollege ’s denk bijvoorbeeld aan het succesvolle theaterprogramma van de astronaut André Kuipers.

* Vervolgens zet je ook ‘Het Spreekuur’ en het ‘Depressiegala’ succesvol neer…
Dat heeft hetzelfde idee, het is allemaal een vorm van aandacht vragen voor mentale- en/of fysieke klachten. Eén van de gasten tijdens ‘Het Spreekuur’ in de Stadsschouwburg Amsterdam was neuropsycholoog Erik Scherder. Hij sprak onder meer over het boek ‘Singing in the brain’ dat hij dit jaar heeft gepubliceerd, Dat gaat over de uniek samenwerking tussen muziek en hersenen. Verder vind ik een onderwerp als Leefstijl een ondergeschoven kindje in de reguliere zorg. De verschillende GGZ-instellingen bieden recepten en psychotherapie, maar zouden ook wel wat meer met leefstijl mogen doen, vind ik. Je staat verstelt hoeveel mensen die als succesvol te boek staan ook psychisch kwetsbaar zijn. Bekende voor de hand liggende voorbeelden hiervan zijn natuurlijk de rock ’n roll muzikanten, maar bijvoorbeeld ook regeringsleiders. Het programma van Sophie Hilbrand over haar mentale kreukels is bijvoorbeeld een enorme hit omdat heel veel mensen zich daarin herkennen. Het is ook fascinerend om te merken dat iemand die succesvol is en er goed uitziet, ook een burn out kan hebben of angstig en depressief kan zijn.

* Wat kun je zeggen over de beide uitgeverijen ‘Lucht’ en ‘Water’?
We zijn met uitgeverij Lucht begonnen omdat onze toenmalige uitgeverij niet meer verder wilde met non-fictie op het gebied van gezondheid , psychologie, sport, voeding & bewegen. Wij hebben vanaf dat moment ons eigen pad gekozen en zo is uitgeverij Lucht ontstaan. Het is meteen ook vernoemt naar ons best verkopende boek ‘Verademing’. We hadden wel een aantal afspraken gemaakt, zoals bijvoorbeeld een maximum aantal publicaties van twaalf boeken per jaar. Omdat er veel meer te doen was en de formule heel goed paste op non-fictie, waaronder politiek, geschiedenis, levensbeschouwing en dergelijke zijn we daarnaast uitgeverij Water gestart. Met dit merk zijn we nu dus al een jaar bezig.

* Hoe belangrijk is het onderwerp ‘sport’ voor je?
Het is ten eerste belangrijk om je te realiseren dat lichaamsbeweging noodzakelijk is om te functioneren. Een mens moet bewegen: één derde van de wereldbevolking heeft overgewicht, daarbij kampen heel veel mensen met psychische problemen. Meer lichaamsbeweging verkleint de kans daarop en kan voor een deel ook als behandeling ingezet kan worden. Dus je moet bewegen om je hoofd te ontlasten en om je vet te verbranden, zo simpel is het.

* Maakt het uitoefenen van een individuele of team sport verschil voor jou?
Als je kijkt naar de effecten op het brein of psyche is de beste sport altijd een duursport. Dat betekent niet dat je het alleen hoeft te doen, want je kan binnen een groep wielrennen of in een roeiboot gaan zitten. Overigens kan je hardlopen ook uitstekend in een groepsverband doen. Het hoeft dus niet individueel te gebeuren, het gaat er meer om dat het soort beweging iets van een duur in zich heeft. Alle andere sporten die veel socialer zijn noem ik vaak ‘hollen of stilstaan sporten’, bijvoorbeeld basketbal, voetbal of tennis. Dat zijn sociale sporten en absoluut goed om de zinnen te verzetten, maar niet om het duursport effect op je hoofd maximaal te krijgen. Lichaamsbeweging is voor iedereen van belang, het maakt niet uit welke sport je doet, als je maar voldoende beweegt. Op het moment dat je klachten hebt en het niet perse gaat om het opheffen van het tekort aan lichaamsbeweging dan kan je beter gaan duursporten. Daarbij is het zo dat je het niet leuk hoeft te vinden om er wel baat bij te hebben. Mensen die het niet leuk vinden om te gaan hardlopen, maar het wel doen, knappen er psychisch toch van op. Het is ook een misvatting om te denken dat het effect afhankelijk is van hoe leuk je het vind.

* Waar komt je passie voor de psychiatrie vandaan?
Al jong viel het mij op dat het plezier of de ellende in het leven niet wordt bepaald door de feiten, maar hoe je de feiten beleeft. Als je bijvoorbeeld de ziekte kanker hebt, gaan we onmiddellijk invullen hoe dat voor ons zal zijn en op die manier dan ook reageren op mensen die een dergelijke diagnose hebben. Vanuit dat denkbeeld is de mentale kant van welk probleem dan ook altijd de doorslaggevende kant. Volgens mij is psychiatrie dus het belangrijkste vak in de geneeskunde. Dat vind ik, zo voel ik dat en dat verklaart mijn passie, denk ik.
Toen ik jong was dacht ik trouwens ook dat psychiaters door mensen heen konden kijken en dat wilde ik graag leren. Het idee dat je iets kan wat andere mensen niet kunnen. Dat was ook een vorm van nieuwsgierigheid en een soort kinderlijke fantasie: “ik kan iets begrijpen wat jij niet kan begrijpen”. Het had te maken met een beroemd boek uit 1971 ‘Wie is van hout?’, van de Nederlandse psychiater Jan Foudraine. Dit boek deed voorkomen dat als je maar genoeg je best doet, je alle gekkigheid kunt begrijpen. Dat is overigens niet waar, maar wel een romantische gedachte die mij enorm motiveerde en wat ik ook wilde kunnen. Ik wilde alles doorzien.

 

 

 

 

 

 

* Zit jij er wel eens naast bij een diagnose ?
Als je er niet vanuit durft te gaan dat je er af en toe helemaal naast zit, als je niet bereid bent om met die mogelijkheid rekening te houden, dan ben je in mijn ogen beroeps onbekwaam. Als ik denk dat iemand depressief is moet ik ergens in mijn achterhoofd ook de mogelijkheid hebben om te bedenken dat het ook een hersentumor zou kunnen zijn. Hersentumoren zijn zeldzaam en leiden niet vaak tot depressieve klachten, maar er zijn situaties dat dit wel dit soort klachten kan veroorzaken. Je moet er dus altijd bereid zijn om te redenen “ik denk dat het een depressie is, maar het zou ook iets anders kunnen zijn”. Dat is volgens mij ook hoe dokters zouden moeten denken. Vervolgens is het wel zo dat je in de loop van de tijd ervaring opbouwt, waardoor je patroonherkenning krijgt en sneller naar een diagnose gaat. Bij sommige mensen is de depressie van het voorhoofd af te lezen, maar dat ontslaat je niet van de verplichting om het zorgvuldig uit te dragen. Ik vind dus dat een fatsoenlijke diagnostiek per definitie een uur vraagt en niet sommige huisartsen die in een consult van zeven of tien minuten een psychiatrische diagnose stellen. Dat gebeurt, maar daar ben ik tegen. Ten eerste is dat hun specialiteit niet en ten tweede hebben ze er in dat geval niet voldoende de tijd voor genomen.

* Waar ligt bij jou de grens tussen pillen of praten?
De meeste mensen krijgen tegenwoordig al medicatie voorgeschreven van hun huisarts voordat ze doorverwezen worden naar een psychiater. Ze komen dus bij mij omdat die medicatie in kwestie, die we in vakjargon psychofarmaca noemen, niet of niet voldoende hebben geholpen. Ik heb hier dus heel vaak geen keus meer in. Ik vind wel dat er in het algemeen te veel en te snel medicijnen worden voorgeschreven. Dat betekent niet dat ik het gebruik van psychofarmaca afkeur, integendeel ik denk dat in verhouding veel mensen die bij mij komen ook medicatie krijgen. Dat komt ook omdat ze zijn doorverwezen door de huisarts omdat het ernstig was. We weten doorgaans nog niet zo goed hoe lang mensen moeten blijven slikken. Er is weinig onderzoek gedaan naar het gebruik en het effect daarvan. We weten vaak in de meest acute fase wat we kunnen verwachten van medicatie, maar niemand weet echt met zekerheid of mensen voor bijvoorbeeld 5, 10, of 30 jaar eraan vast moeten blijven zitten.

* Hoe kijk jij aan tegen TV programma’s over psychiatrie? Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan ‘Anita wordt opgenomen’ van de NPO en het RTL 4 programma ‘Verslaafd’ ?
Om te beginnen ben ik principieel voorstander van veel psychiatrie op televisie. Het gaat mij niet zozeer om het programma in kwestie, het gaat mij om de landelijke bekendheid die hierdoor verkregen wordt. Als het maar op een verantwoorde manier gaat, dat wel. Bekendheid kan ook veroorzaakt worden door een programma dat niet heel sympathiek, integer of voor mijn part inhoudelijk is, maar kan wel een grote bijdrage leveren aan verschillende soorten gesprekken. Ook al zie je in sommige TV programma’s misschien niet altijd de gemiddelde patiënt, het kan diezelfde gemiddelde patiënt wel helpen om in gesprek te raken met zijn of haar omgeving.

* Als je een ander beroep had moeten kiezen, wat was het dan geworden?
Uitgever. Of op het gebied van sport: trainer of coach. Vroeger wilde ik ook graag gymleraar worden.

* Wat voor toekomstbeeld heb je?
Dan moet Sitagre een erkend merk zijn, dus een goed bedrijf dat iets toevoegt aan de geestelijke gezondheidszorg. Verder hoop ik dan wat meer te schrijven en hier ook wat meer tijd voor te hebben. Ik wil mijn theater activiteiten blijven voortzetten. Daarbij heb ik nog ambities voor een radio programma.