Interview met Paul Dentz

Schrijver & tekenaar 

 

 

 

 

 

 

*  Kunt u in het kort iets over uzelf en uw achtergrond vertellen?
Jazeker, kan ik dat. Ik ben 74 jaar geleden geboren in Gouda als Arnoud van der Vorst. Na het volgen van een HBS-opleiding ben ik in Utrecht tandheelkunde gaan studeren. In 1967 ben ik afgestudeerd en toen ben ik bij de Kok-school in Leiden (Morspoort) terechtgekomen als tandarts. Daar was ook een kleine kliniek bij en hier heb ik officieren en soldaten behandeld tijdens diensttijd. Daarna ben ik een tandartspraktijk op de Warmonderweg in Leiden begonnen en die heb ik 35 jaar lang gehad. Op dit moment ben ik nog steeds met veel plezier werkzaam in het vak, maar in samenwerking met een tandtechnisch laboratorium en ik maak alleen nog maar protheses. Ik verricht dus geen reguliere, praktijkgerichte behandelingen meer.
Schrijven vond ik eigenlijk van jongs af aan al leuk. Tijdens mijn schooltijd schreef ik al voor de schoolkrant en daarna, tijdens mijn studie, ben ik direct in de Almanakredactie terechtgekomen. In 1988 is mijn eerste boek ‘De Cycloop’ uitgekomen bij literair uitgeverij ‘de Beuk’ in Amsterdam. Die bestaat inmiddels niet meer. In 2006 ben ik overgegaan naar uitgeverij Aspekt en daar ben ik uiteindelijk gebleven.

*U heeft een zeer divers oeuvre. Romans, korte verhalen over zowel historische, psychologische als spannende (zoals in thrillers) onderwerpen. Kunt u daar meer over vertellen?
Na het uitbrengen van de verhalenbundel ‘De Cycloop’ (fantasy/sprookjesachtige verhalen), ben ik overgegaan op semi-autobiografische romans. In 2014 heb ik het boek ‘Napoleon Bonaparte in Egypte’ uitgebracht. Samenvattend ben ik dus eigenlijk met de verandering van uitgeverij van fictie overgegaan op non-fictie.
Daarnaast hou ik erg van reizen en het leek mij aardig om iets over de reizen van VOC-schepen en ontdekkingsreizigers te schrijven. Tijdens het reizen heb ik ook altijd dagboeken bijgehouden, best interessant materiaal waar ik ook nog iets mee zou willen doen. Momenteel ben ik bezig met het schrijven van een groot eilandenboek, waarin Paaseiland (Polynesisch eiland in de Grote Oceaan-red.) een prominente rol speelt. Eén van mijn inspiratiebronnen hiervoor is schrijver Boudewijn Büch geweest. Hij was één van de patiënten in mijn tandartspraktijk en mede door hem ben ik geïnteresseerd geraakt in de geschiedenis van eilanden en verwante onderwerpen, als kapers, muiters & schipbreuk. Daarbij ben ik lid van het Boudewijn Büch Gezelschap Büchmania en voorzitter van The Blue Poet Society geweest. Boudewijn Büch noemde zichzelf ooit the blue poet, vandaar die benaming.  Voor The Blue Poet Society schrijf ik regelmatig artikelen gerelateerd aan Boudewijn Büch.

*U debuteerde als dichter, toch is daar weinig van verschenen. Is die passie verdwenen?
Ik heb ooit twee bundels geschreven en in eigen beheer uitgegeven. Daarna is de poëzie inderdaad een beetje naar de achtergrond geschoven, hoewel ik nog wel wat gedichten ‘op de plank’ heb liggen. Dus wie weet!
Waar ligt uw voorkeur: bij het schrijven van een boek of toch meer bij de poëzie?
Mijn voorkeur ligt bij het schrijven en dan vooral bij de journalistiek. Zo schrijf ik (behalve voor het eerder genoemde ‘Büchmania’) ook losse artikelen voor een tijdschrift dat de Vestdijkkroniek heet. Dit is een tijdschrift rondom de Nederlandse romanschrijver, dichter, essayist, vertaler, muziekcriticus & arts Simon Vestdijk. De ‘Vestdijkkroniek’ is een uitgave van de Vestdijkkring, die tweemaal per jaar verschijnt. Ik schat in dat dit tijdschrift al zo’n jaar of 50 bestaat. Daarnaast heb ik ook vele columns geschreven voor diverse vakbladen.

*U bent ook columnist geweest voor Bres magazine. In hoeverre heeft u dat gevormd als schrijver?
Bres magazine was sinds de oprichting in 1965, het eerste tijdschrift voor andersdenkenden en richtte zich op begrippen als bewustwording en spiritualiteit. Bres was spannend, baanbrekend en beslist een magazine waar je niet omheen kon.  Ik was columnist in de tijd van hoofdredacteur Dries Langeveld. Dries bracht er diversiteit in met onderwerpen als futurisme & robots. Ook Simon Vinkenoog & Hubert Lampo schreven voor Bres magazine.
Ik heb zelf niet zo veel met spiritualiteit, behalve dat ik denk dat er wel ‘meer’ is tussen hemel en aarde. Ik geloof in een persoonlijk voortbestaan na de dood; naar mijn mening gaat je geest hierna naar een andere dimensie. Er zijn ook ontzettend veel getuigenissen van mensen die een bijna-dood- ervaring hebben gehad. Een goed voorbeeld hiervan is het boek ‘Eindeloos bewustzijn’ dat de Nederlandse cardioloog, Pim van Lommel, in 2007 heeft uitgegeven. Om dit boek te schrijven deed deze cardioloog onderzoek bij 360 hartpatiënten die een hartstilstand overleefden. Van deze 360 patiënten waren er een stuk of 80 die eenzelfde proces hadden doorgemaakt, namelijk een schitterend licht waarin ze zich begaven, maar daarna toch weer terugkeerden naar het zogenaamde aardse bestaan. Daarnaast bestaat de zogenaamde ‘out of the body’-ervaring. Dat houdt in dat de geest uit het lichaam treedt. Dit is ervaren door onder andere mensen die een ongeluk hebben gehad en zichzelf in de ambulance zagen gaan.

‘Opstijging naar de hemel’ – Jeroen Bosch

Kunstschilder Jeroen Bosch heeft over dit hele onderwerp trouwens een schitterend werk gemaakt met de naam ‘Visioenen uit het hiernamaals’. Dit bestaat uit 4 panelen, waarbij op één schilderij met de naam ‘Opstijging naar de hemel’ een schitterende tunnel met engelen is afgebeeld.  Absoluut de moeite waard om te bekijken!

*Wat leest u ter inspiratie?
Ik probeer een beetje de Nederlandse literatuur bij te houden door boeken te lezen die geschreven zijn door auteurs als J. Bernlef, Harry Mulisch, Jan Siebelink. Momenteel ben ik bezig in ‘de onderwaterzwemmer’ van P.F. Thomése. Daarnaast ben ik aangesloten bij een leesclub, die wordt georganiseerd door een samenwerking tussen Stichting Senia en BplusC Leiden. Het concept is dat je een lijst ontvangt waar een stuk of 6 boeken op staan die je moet lezen. Om de 6 weken komt de leesclub bij elkaar en bespreken we een gekozen boek van de lijst. Het laatste boek was ‘Buiten is het maandag’ van J. Bernlef. Ik ben best tevreden over de leesclub; het is interessant & leerzaam! Verder haal ik ook veel inspiratie uit de media (kranten, tv) en kijk ik graag naar films.

*Kunt u een tipje van de sluier oplichten over uw volgende literaire project/werk?
Om te beginnen hou ik op zondag 29 mei een lezing op De Boekenzolder over verschillende genres reisliteratuur. Dat ben ik aan het voorbereiden. Het onderwerp reizen intrigeert mij. Ik wil bijvoorbeeld beginnen bij de oorsprong van het reizen, die stamt uit de oertijd met de migratie van volkeren. Verder in de tijd ontwikkelt zich het reizen per schip door allerlei handelscontacten. Het begrip ‘toerisme’ heeft zich eigenlijk pas de laatste eeuw ontwikkelt. Voor die tijd heeft de mens grotendeels gereisd met als doel het veroveren van landen, transport en het ontwikkelen van handelsbetrekkingen. In mijn ogen zitten er veel boeiende facetten aan. Ook komt de VOC-tijd ter sprake. In het Scheepvaart Museum in Amsterdam ligt het zeilschip ‘de Amsterdam’ (op 1 juni 2000 tijdens Sail Amsterdam gedoopt en onder Nederlandse vlag in de vaart genomen –red.) In hetzelfde museum heb ik ook de replica van de ‘Halve Maen’ gezien, een schip dat vanaf ongeveer 1600 in gebruik was door de V.O.C.  Aardig om te vermelden is dat dit schip werd gebruikt door kapitein Henry Hudson die in Nederlandse dienst in 1609 de haven van New York  binnenvoer. Vandaar dus de naam ‘Hudson River’ in New York. Deze replica van de ‘Halve Maen’ ligt momenteel trouwens in het Zuiderzee Museum in Enkhuizen en is zeer de moeite waard om te bezichtigen.
Daarnaast ben ik, zoals ik al vertelde, met een groot boek over eilanden bezig. Wellicht ga ik in de toekomst ook weer iets over Napoleon schrijven, die blijft mij toch fascineren. Dan zou ik het nu over zijn lijfwacht, Roustam Raza, willen hebben.

*Waar komt uw interesse voor Napoleon vandaan?
Ik ben destijds begonnen met een boek over St. Helena. Gaandeweg is het leven van Napoleon mij steeds meer gaan interesseren. Niet alleen zijn ballingschap, maar ook de rest van zijn leven en ook de economische en politieke ontwikkelingen in zijn tijd en uiteraard ben ik ook geïnteresseerd in zijn persoonlijke leven. Bij de Hermittage in Amsterdam liggen op dit moment enige exemplaren van mijn boek ‘Napoleon Bonaparte in Egypte’. Daar ben ik best trots op!