Interview met Els Snick

Vlaamse vertaler & literatuurwetenschapper.

Dit vraaggesprek vond plaats vlak voor de jaarlijkse Joseph Roth herdenking in café Scheltema in Amsterdam.

*Kunt u iets over uzelf vertellen?
Ik ben Germanist en heb jaren les gegeven in de Duitse taal. Daarna ben ik, rond 2000, literair vertaler geworden. Ik ben gepromoveerd op het werk van Joseph Roth en zijn netwerk in Nederland & België en daar heb ik dan ook een boek over geschreven. Geleidelijk aan ben ik de vertaler geworden van het journalistieke werk van Joseph Roth, omdat uitgeverij Bas Lubberhuizen daar grote belangstelling voor had. Omdat Duitsland dit jaar het thema van de Boekenweek was en -vice versa- Nederland & Vlaanderen in oktober het thema zijn op de Frankfurter Buchmesse, is het idee ontstaan om een boek te schrijven over Duitsland. Op het moment dat ik een boek ga schrijven over mijn liefde voor  Duitsland is het wat mij betreft onvermijdelijk dat Joseph Roth daarmee te maken heeft, dus hebben we ervoor gekozen om een boek te maken in zijn spoor. Het aardige is dat van alle hotels in Duitsland waar hij destijds heeft geleefd, er nog zes bestaan.  Het was voor mij ook heel leuk om hem op die manier te leren kennen, want ik kende hem voornamelijk als arme immigrant. Hierna heb ik hem dus leren kennen als succesvol journalist èn schrijver die in de grand hotels van Europa geleefd heeft. Hij had nooit een eigen huis, hij woonde alleen maar op dit soort locaties. Ik denk dat deze levenswijze te maken heeft met het feit dat hij al in de Eerste Wereldoorlog zijn vaderland verloren heeft. Dat hij dus thuisloos was en dit in feite altijd is gebleven.

*Kwam uw liefde voor het werk van Joseph Roth nadat u hem vertaald had of las u hem daarvoor al?
Ik kende zijn belangrijkste romans: ‘Biecht van een moordenaar’ & ‘Radetzkymars’, daarna kocht ik een uitgave van ‘Job’ op het Spui in Amsterdam. Na het lezen van dit laatste boek, was ik zo onder de indruk dat het mij deed besluiten om verder te promoveren op het werk van Joseph Roth. Hierbij ontdekte ik onder andere dat ‘Job’ in Amsterdam was uitgegeven. Na het schrijven van het proefschrift dacht ik dat de fascinatie voor Roth na al die jaren ophield. Geleidelijk aan merkte ik toen echter dat ik begon aan het vertalen van zijn teksten en ik deed toch ook weer nieuwe ontdekkingen. Nu zijn we bijvoorbeeld bezig met een boek over vertaling van ‘Juden auf Wanderschaft’. Dat is een essay over het Oost-jodendom en de geëmigreerde Joden en de lijn Wenen/Parijs van de jaren ’20 & ‘30. Dat is zo fascinerend, nooit eerder vertaald in het Nederlands en vormt een mooie aanvulling bij de romans die wel vertaald zijn. Dat blijft gewoon boeien.
Joseph Roth had zware persoonlijke problemen. Het begon met een trauma van de Eerste Wereldoorlog, waar zijn drankgebruik is begonnen; hij kon het verlies van zijn vaderland niet verwerken. Op jonge leeftijd trouwde hij met een vrouw die gaandeweg geestesziek werd. Daarna kwam Adolf Hitler aan de macht, waarmee hij wist dat hij zijn familie die nog in Galicië woonde verloor. Roth heeft door deze omstandigheden al op jonge leeftijd veel meegemaakt. Dit komt een beetje terug in de roman ‘Job’, waarin thema’s als ontworteling, immigratie & wanhoop worden belicht. Veel van zijn romans spelen zich trouwens af in het grensgebied Oostenrijk/Hongarije, waar hij zelf geboren is. Hij is geboren in een stadje over de grens met Rusland, Rody. Tijdens de opkomst van de Nazi’s in 1933 stond hij eigenlijk op het hoogtepunt van zijn roem, hij had toen al ‘Job’ geschreven en ‘Radetzkymars’. De roman ‘Aardbeien’ zou daarop volgen; een grote roman over zijn jeugd. Daar is het dus niet meer van gekomen, omdat hij toen moest vluchten.

*Roth is niet de bekendste Duitstalige schrijver, maar gold buiten de Duitse grenzen als een Writer’s Writer. Bent u het daarmee eens?
Dat was aanvankelijk zo. Ik denk echter dat het nu toch wel een beetje veranderd, maar hij was absoluut heel lang een Writer’s Writer. Er zijn nog schrijvers die het natuurlijk jammer vinden dat hij bekender wordt bij het grote publiek. Het zijn natuurlijk oude boeken, dus je moet wel een beetje een lezer zijn om een boek uit de jaren ’30 te gaan lezen en ‘herontdekken’. Je ziet hierin wel een langzaam een trend ontstaan, wat met name geldt voor Duitse schrijvers als Hans Fallada, Lion Feuchtwanger & natuurlijk Thomas Mann. Er is dus op zich wel belangstelling voor die periode, waardoor ik denk dat de naam Joseph Roth gaandeweg steeds bekender wordt. Dit wordt uiteraard toegejuicht door fans van Roth, waaronder namen als Arnold Grunberg, Geert Mak & Tommy Wieringa.

*Denkt u dat hij met terugwerkende kracht de belangrijkste schrijver van het interbellum is?
Dat zou je inderdaad wel kunnen zeggen. Mede omdat hij op twee fronten actief was, namelijk als schrijver en als journalist. Dit laatste is bij ons nog niet zo bekend, omdat er niet zo veel journalistiek werk van hem vertaald is, maar hij heeft wel degelijk een groot stempel gedrukt op de ontwikkeling van de literaire journalistiek. Toen hij in 1933 moest vluchten was hij een kernfiguur in de emigrantengemeenschap, waardoor hij ervoor gezorgd heeft dat heel veel van zijn collega’s/lotgenoten konden blijven publiceren. Hij zocht de nieuwe uitgevers in het buitenland op voor de gevluchte schrijvers die graag aan het werk wilden. Als er op dat moment geen Adolf Hitler was geweest, had hij toen met zijn grote carrière kunnen beginnen. Je zou dus misschien kunnen zeggen dat zijn talent min of meer in de kiem gesmoord is. Dus misschien is dat het goede antwoord: als de geschiedenis niet anders liep, zou hij de belangrijkste schrijver van het interbellum geworden kunnen zijn.

*Gaf uw reis u belangrijke inzichten in Joseph Roth?
Ik leerde hem door mijn reis op een andere manier kennen. Dat was voor mij belangrijk, want tot nu toe kende ik vooral de immigrant Joseph Roth en ineens zag ik daar die hele andere basis en zag ik ook hoe wreed de ontworteling voor de tweede keer voor hem geweest moet zijn. De eerste keer was na de Eerste Wereldoorlog als hij zijn vaderland verliest, als hij stateloos is en naar Wenen gaat. Dan heeft hij een huis, werk en een vrouw in Berlijn. Hij leeft eigenlijk de langste tijd van zijn leven in Berlijn. In 1933 beleeft hij dan wederom een turbulente periode. Ik heb dus tijdens die reis gezien dat hij in Berlijn eigenlijk goed gesetteld was, een sociaal vangnet had en een grote vriendenkring had, waardoor ik meer ben gaan begrijpen wat een ramp die immigratie voor hem moet zijn geweest. Ik ben ook beter gaan begrijpen hoe belangrijk het voor hem was om in de immigratieverbroedering in Oostende oude vrienden van hem terug te vinden die hij in de jaren ’20 of 30 kende vanuit Wenen zoals Egon Erwin Kisch & Stefan Zweig. Ik zou de beelden van de mooie hotels waar hij verbleef & café’s waar hij gezeten heeft met collega’s nog wel willen zien. Wat dat betreft was het, ondanks het regime van Adolf Hitler op dat moment, toch wel een mooie tijd en de beste tijd voor hem om te schrijven.

*Was ‘In Europa’ van Geert Mak de belangrijkste inspiratie voor uw reis of was dat het oeuvre van Joseph Roth?
Het was de biografie van Roth. Zijn brieven, die ik heel had lang geleden ingekeken had, zijn meestal geschreven op het briefpapier van het hotel waar hij woonde. Op die manier kon ik een dertiental hotels terugvinden waar hij had gelogeerd. De reis was een eigenlijk oude droom van mij. Geert Mak had er op zich niets mee te maken, niet met die reis. Misschien werd ik wel geïnspireerd door zijn boek ‘Reizen zonder John’ , op zoek naar Amerika’. Daar heb ik dan misschien het idee ‘in het spoor van, een reis maken’ van overgenomen en mijn eigen idee bij gevormd. Het hele traject dat ik gedaan heb had ik zelf al langer in mijn hoofd. Geert Mak is trouwens mijn grote steunpilaar en adviseur, die kijkt bij mij altijd op de achtergrond mee.

*‘Radetzky Mars’ geldt als het belangrijkste boek van Roth. Vind u ‘Job’ belangrijker anno 2016, mede door het huidige vluchtelingen vraagstuk?
Ik vind het niet belangrijker. Het is misschien toegankelijker voor mensen die niet zoveel lezen, mede om die reden zeg ik graag dat ‘Job’ mijn lievelingsboek is. Daarbij zal ik het adviseren aan mensen die graag een boek van Joseph Roth willen lezen.

‘Radetzky Mars’ heeft iets meer historische achtergrond, het is echt een epos, maar net zo goed een boek over ontworteling en over vlucht. Dus wat actualiteit betreft maak het niets uit en zijn de boeken allebei even belangrijk.

*Hoe ziet u uzelf over vijf jaar?
Tot nu toe is Joseph Roth mijn rode draad geweest; door over hem te schrijven ben ik auteur geworden. Het boek over hem heeft mij ook bekendheid gegeven. Over vijf jaar zie ik mezelf nog steeds als vertaler, maar toch ook misschien als auteur die zich met andere dingen bezighoudt dan Joseph Roth. Ik zou nu bijvoorbeeld graag in wat rustiger vaarwater een boek van een ander genre willen schrijven. Het lijkt me ook interessant om presentaties voor groepen te geven en daarbij mijn eigen stijl gaandeweg te ontwikkelen.
Daarbij heb ik in 2014 samen met een aantal vrienden het Joseph Roth Genootschap voor Vlaanderen & Nederland opgericht. Ik ben dan ook heel trots op deze Joseph Roth herdenking in café Scheltema vandaag die ik nu, in vervolg op dit gesprek hier in Amsterdam, heb georganiseerd. Ik ben blij en gelukkig dat ik zoveel mensen mag begroeten en kan denk ik nu al kan zeggen dat het een geslaagd initiatief is geweest!