Nederlandse literatuur op het witte doek

Hoewel het verfilmen van een boek een ondankbare taak is -immers: het boek is altijd beter- zijn de pogingen daartoe de laatste decennia alleen maar toegenomen. De keuzes van de producent en/of regisseur zijn legio: welke verhaallijnen worden gevolgd, welk perspectief wordt genomen en de cast, die zelden beantwoordt aan hoe de lezers zich de hoofdpersonen voorstelden.

Eén van de oudste boekverfilmingen is Op hoop van zegen dat al voor de Tweede Wereldoorlog 2 x verfilmd werd – 1918 en 1934- met de toenmalige coryfee Esther de Boer- van Rijk als Kniertje (“De vis wordt duur betaald”). In 1986 gebeurde dat opnieuw met de onlangs overleden Kitty Courbois in de rol van Kniertje en daarnaast Danny de Munk die daarmee op jonge leeftijd zijn tweede verfilmde boek op naam zette na ‘Ciske de Rat’.

Waren in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog de boekverfilmingen dun gezaaid, vanaf de jaren zeventig namen deze gestadig toe. Verreweg de bekendste zijn ‘Turks fruit’ van Jan Wolkers en ‘Soldaat van Oranje’ van Erik Hazelhof Roelzema door Paul Verhoeven verfilmd in respectievelijk 1973 en 1977. Beiden gelden als de beste Nederlandse films ooit. Ook destijds populaire boeken als ‘Wat zien ik, Jet?’ (Albert Mol) en de wat gezapige streekromans van Toon Kortooms ‘Help de dokter verzuipt!’ en ‘Laat de dokter maar schuiven’, werden op het witte doek gebracht. De jaren tachtig brachten de romans ‘Een vlucht regenwulpen’ van Maarten ’t Hart en ‘De vierde man’ van Gerard Reve tot leven. Beiden met Jeroen Krabbé in de hoofdrol. Tezamen met Soldaat van Oranje zorgde deze laatste film ook voor de doorbraak van regisseur Paul Verhoeven in Hollywood, onder andere op voorspraak van Steven Spielberg.

In de jaren ’80 kreeg Nederland ook haar eerste avondvullende tekenfilm met Als je begrijpt wat ik bedoel naar de beroemde boeken van Maarten Toonder over Tom Poes en heer Ollie B. Bommel. Vanaf de jaren ’90 brak een gouden tijd aan voor de verfilmde literatuur en daarmee de Nederlandse cinema; nog niet eerder werden zoveel boeken verfilmd. Een greep uit het assortiment: ‘Van geluk gesproken’ (Marijke Höweler), ‘Advocaat van de hanen’ (A. F. Th. van der Heijden), ‘Havink’ (Marja Brouwers), ‘Vals licht’ (Joost Zwagerman), ‘De oesters van Nam Kee’ (Kees van Beijnum) en maar liefst 3 boeken van Ronald Giphart: ‘Ik ook van jou’, ‘Phileine zegt sorry’ en ‘Ik omhels je met duizend armen’ . In het nieuwe millennium het werk van Kluun ‘Komt een vrouw bij de dokter’, Heleen van Royen ‘De gelukkige huisvrouw’ en de thrillers van Saskia Noort. In het voetspoor van deze verfilmingen volgden sterke originele filmscripts van films als ‘Zusje’, ‘Guernsey’, ‘Simon’ en ‘Alles is liefde’. Ondertussen was zowel de Nederlandse literatuur als de cinema een heuse Oscar (voor beste buitenlandse film) rijker voor de filmversie van Bordewijks klassieker ‘Karakter’.

De aan het begin gestelde vraag: “Wat is beter: het boek of de film?” blijft staan. Zonder boek natuurlijk geen film en deze kan de fantasie, het eigen beeld van literaire helden als Frits Egters, Erik & Olga, Phileine en andere – vaak alter ego’s van de schrijver – niet vervangen Het levert echter vaker dan ooit goede films op en … altijd reden tot doorlezen!